De Federal Reserve heeft de rente woensdag onveranderd gelaten, maar sluit een nieuwe rentestap niet uit nu de Amerikaanse inflatie rond de 4 procent blijft schommelen.
De Amerikaanse centrale bank handhaaft het belangrijkste rentetarief op 3,75 tot 4 procent. Vorige maand voerde voorzitter Kevin Warsh nog de eerste renteverhoging in ruim drie jaar tijd door, toen het tarief met een kwart procentpunt omhoogging vanaf 3,5 tot 3,75 procent. De aanhoudend hoge olieprijzen zorgen ervoor dat de inflatie in de Verenigde Staten rond de 4 procent blijft hangen, waardoor de centrale bank voorzichtig blijft.
Volgens Warsh blijft de deur openstaan voor een mogelijke renteverhoging op de korte termijn als de inflatiedruk niet voldoende afneemt. De Federal Reserve heeft eerder aangegeven dat toekomstige beleidskeuzes afhangen van nieuwe economische data, zoals ook te lezen is in eerdere berichtgeving over het rentebeleid.
Druk vanuit de politiek
Het rentebesluit valt minder dan een week voor de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen, waarin de Republikeinse partij strijdt om haar meerderheid in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden te behouden. President Donald Trump hoopte op een renteverlaging en uitte de afgelopen periode felle kritiek op het beleid van de centrale bank.
Trump stelde eerder dat de Amerikaanse leenkosten de laagste ter wereld zouden moeten zijn en noemde het bestuur van de Fed politiek gemotiveerd. Warsh, die dit voorjaar door Trump werd aangesteld als opvolger van Jerome Powell, benadrukte in zijn toelichting echter dat politieke overwegingen geen enkele rol hebben gespeeld bij het rentebesluit.
Beleggers kijken de komende weken vooral naar de ontwikkeling van de energieprijzen en de nieuwe inflatiecijfers om in te schatten of de centrale bank later dit jaar alsnog ingrijpt met een verdere verkrapping van het monetaire beleid.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk beleggingsadvies.
