Het Amerikaanse ministerie van Transport heeft Air France en KLM vrijdag een boete opgelegd van in totaal 425.000 dollar voor het uitvoeren van tientallen vluchten door verboden Iraaks luchtruim.
De boete vloeit voort uit vluchten die de twee Europese luchtvaartmaatschappijen uitvoerden onder een codeshare-overeenkomst met hun Amerikaanse partner Delta Air Lines. Bij een dergelijke samenwerking verkoopt een maatschappij tickets onder haar eigen vluchtcode voor reizen die daadwerkelijk door een partnermaatschappij worden gevlogen.
Volgens de Amerikaanse toezichthouders brengt dit ook verantwoordelijkheden met zich mee. De Federal Aviation Administration (FAA) hanteert strikte verboden voor Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen in buitenlandse luchtruimen waar gewapende conflicten, militante acties of verhoogde geopolitieke spanningen de vliegveiligheid in gevaar kunnen brengen. Buitenlandse carriers die een Amerikaanse vluchtcode dragen, moeten zich volgens de regelgeving aan exact dezelfde restricties houden als Amerikaanse maatschappijen zelf.
Meer dan honderd vluchten door KLM
Uit het onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Transport bleek dat zowel Air France als KLM deze restricties tussen begin 2022 en 2025 herhaaldelijk hebben geschonden. KLM voerde in die periode meer dan honderd vluchten met de Delta-code uit door het door de FAA verboden luchtruim boven Irak. Zustermaatschappij Air France vloog in dezelfde tijdsspanne meer dan dertig keer door dit gebied.
Het totale boetebedrag van 425.000 dollar heeft voor het beursgenoteerde Air France-KLM een verwaarloosbare financiële impact op de balans. Wel maakt de handhaving duidelijk dat toezichthouders in Washington strikt controleren op de veiligheidskaders binnen trans-Atlantische allianties. Voor beleggers toont de maatregel dat operationele naleving bij internationale samenwerkingsverbanden onder een vergrootglas blijft liggen.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk beleggingsadvies.
