Nederlandse banken onderzoeken ieder voor zich de impact van een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, waarin is bepaald dat slachtoffers van phishing direct gecompenseerd moeten worden.
Het Europees Hof van Justitie heeft geoordeeld dat klanten die zijn getroffen door fraude, zoals phishing, direct door hun bank moeten worden gecompenseerd. Deze verplichting tot onmiddellijke terugbetaling geldt ook wanneer er sprake is van ernstige nalatigheid aan de kant van de rekeninghouder.
Pas nadat het bedrag is teruggestort, mag een bank proberen de schade op de gedupeerde klant te verhalen. Om dat met succes te doen, moet de financiële instelling zelf aantonen dat het verlies is veroorzaakt doordat de klant verplichtingen met opzet of door grove nalatigheid niet is nagekomen.
Gevolgen voor interne procedures
Volgens de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft het arrest van het Hof vooral betrekking op het tijdstip van terugbetaling. De uitspraak verandert volgens de sectororganisatie niets aan de vraag wie de financiële schade uiteindelijk draagt. Banken bekijken momenteel afzonderlijk wat het juridische oordeel betekent voor hun eigen operationele processen en procedures rondom fraudeafhandeling.
De Europese rechtszaak vloeide voort uit een incident bij een Poolse bank, waarbij een klant werd misleid via een link op een verkoopsite. De website leek sterk op de bankomgeving van de consument, waarna 700 euro van de rekening werd afgeschreven. Nadat de bank weigerde het bedrag te vergoeden, belandde het geschil via een Poolse rechter bij het Hof van Justitie.
Voor de financiële sector betekent de uitspraak dat operationele procedures rondom fraudemeldingen mogelijk moeten worden aangepast om aan de vereiste directe terugbetaling te voldoen.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk beleggingsadvies.
