De Britse consumentenprijsindex is in september gestegen naar 3,5 procent op jaarbasis. Dat meldt het statistiekbureau ONS vanochtend. De stijging valt hoger uit dan economen hadden verwacht.
De inflatie in het Verenigd Koninkrijk versnelde in september van 3,1 procent in augustus naar 3,5 procent, zo blijkt uit cijfers van het Office for National Statistics (ONS). Economen rekenden vooraf gemiddeld op een toename tot 3,4 procent.
De belangrijkste aanjager van de stijgende prijzen is de toegenomen druk op de energiemarkten. Olie- en gasprijzen zijn fors opgelopen door het conflict in het Midden-Oosten en de feitelijke afsluiting van de Straat van Hormuz voor het meeste fossiele scheepvaartverkeer. Daardoor beweegt de prijs van een vat Brent-olie inmiddels ruim boven de 100 dollar.
Druk aan de pomp en op de centrale bank
Aan de Britse pomp is het effect van de duurdere olie direct merkbaar. De prijs van benzine kwam uit boven de 1,70 pond per liter, terwijl diesel deze maand een nieuw recordniveau bereikte van meer dan 2 pond per liter.
Het cijfer vergroot de druk op de Bank of England. Beleidsmakers van de centrale bank vergaderen volgende maand over het monetair beleid en de markt houdt rekening met een renteverhoging. Er heerst bezorgdheid dat de inflatie volgend jaar kan doorschieten naar meer dan 4 procent, ruim boven de doelstelling van 2 procent. De vrees bestaat dat hogere transport- en verwarmingskosten zullen doorwerken in een bredere reeks consumentengoederen.
De inflatiestijging valt bovendien samen met de voorbereiding van de eerste begroting van minister van Financiën John Healey, die over een week wordt gepresenteerd.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk beleggingsadvies.
