De Europese gasprijs is woensdag door de grens van 100 euro per megawattuur gebroken. Dat markeert het hoogste niveau sinds de gascrisis in 2022.
De forse stijging volgt op aanhoudende verstoringen in het Midden-Oosten sinds de oorlog van Amerika en Israël tegen Iran in februari begon. Daarbij zijn belangrijke raffinaderijen en leidingen voor vloeibaar aardgas (lng) geraakt, wat de export vanuit de regio heeft ingeperkt. Vóór de escalatie in februari lag de prijs op de Europese groothandelsmarkt nog onder de 30 euro per megawattuur.
Gevolgen voor huishoudens en contractvormen
De stijging op de groothandelsmarkt werkt direct door naar consumenten met een dynamisch energiecontract, die circa 8 procent van de huishoudens vormen. Bij deze contracten wordt het leveringstarief dagelijks aangepast aan de marktprijzen. Bij een van de grotere aanbieders ligt het tarief vandaag op 1,95 euro per kubieke meter aardgas inclusief belasting, tegenover 1,13 euro precies een jaar geleden.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek verbruikt een huishouden gemiddeld circa 790 kubieke meter gas per jaar. Tegen het tarief van een jaar geleden kwam dat neer op ongeveer 893 euro op jaarbasis. Tegen de dagprijs van woensdag stijgt dat bedrag naar rond de 1540 euro.
Voor huishoudens met een variabel contract, ongeveer 37 procent van het totaal, wordt de gasprijs meestal per kwartaal of halfjaar herzien. Zij merken de opmars met vertraging. Meer dan de helft van de huishoudens (54 procent) heeft een vast energiecontract. Zij behouden hun afgesproken tarief tot het einde van de looptijd, maar kunnen bij afloop te maken krijgen met fors hogere markttarieven bij het afsluiten van een nieuw contract.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk beleggingsadvies.
