De Japanse kerninflatie is in september uitgekomen op 2,1 procent op jaarbasis. Daarmee bereikt de inflatie het hoogste punt van dit jaar en blijft deze boven de doelstelling van de centrale bank.
De kerninflatie, waarin de sterk schommelende prijzen van verse voedingsmiddelen niet worden meegenomen, kwam precies overeen met de verwachtingen van economen. Overheidsdata laten zien dat de stijging vooral werd aangedreven door hogere prijzen voor duurzame goederen en nutsvoorzieningen. Daarnaast nam ook de diensteninflatie toe, van 1,2 procent naar 1,5 procent.
De oplopende inflatie hangt mede samen met hogere importkosten voor energie. Japan koopt momenteel duurdere energie in vanuit de Verenigde Staten ter vervanging van leveringen uit het Midden-Oosten, waar spanningen rond Iran spelen. De aanhoudende zwakte van de Japanse yen maakt de invoer van olie nog eens extra kostbaar.
Druk op het rentebeleid
Met een kerninflatie boven de doelstelling van 2 procent neemt de kans op een nieuwe renteverhoging door de Bank of Japan toe. De centrale bank bracht de beleidsrente in september al met 25 basispunten omhoog naar 1,25 procent, het hoogste niveau in dertig jaar. De monetaire beleidsmakers zijn bezig hun beleid geleidelijk te normaliseren na decennia van uitzonderlijk ruim beleid.
De Japanse minister van Financiën, Satsuki Katayama, verklaarde deze week in het parlement dat het land aan de vooravond staat van een periode van aanhoudende inflatie die wordt gedreven door stijgende lonen. Hoewel het parlement inmiddels debatteert over een tijdelijke verlaging van de verbruikbelasting op voedsel van 8 procent naar 1 procent, benadrukte de minister dat de visie van de regering en die van de centrale bank op één lijn liggen.
Beleggers kijken nu vooral uit naar de beleidsvergadering van de Bank of Japan in december. Nieuwe renteverhogingen kunnen directe gevolgen hebben voor de waarde van de yen en de stemming op de Aziatische aandelenmarkten.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk beleggingsadvies.
